Wat wordt er gemodelleerd?

Een Digital Twin is een 3D model van het gebouw. Zowel bij woningen als appartementencomplexen wordt een Digital Twin op gebouwniveau opgeleverd. Als niet het totale gebouw in beheer is van de corporatie of er is geen bronmateriaal beschikbaar, dan wordt het onbekende deel als een schil getoond.

De NEN2580 Digital Twin bevat de volgende elementen (klap open voor meer info):

 

Buitenwanden
Alle buitenwanden van een gebouw zoals op de brondocumentatie staan aangegeven worden gemodelleerd als een 3D bouwdeel met de bijbehorende, lengte, hoogte en dikte. Een buitenwand wordt voorzien van de volgende eigenschappen:

  • De naam ‘Buitenwand’
  • De NL-Sfb code ’21.0’
  • De NL-Sfb omschrijving ‘buitenwanden; algemeen’
  • Het oppervlak van één verticale zijde, berekend met de buitenmaten van het bouwdeel, waar de eventuele ramen en deuren van afgetrokken worden.

Binnenwanden
Alle binnenwanden van een gebouw zoals op de brondocumentatie staan aangegeven worden gemodelleerd als een 3D bouwdeel met de bijbehorende, lengte, hoogte en dikte. Een binnenwand wordt voorzien van de volgende eigenschappen:

  • De naam ‘Binnenwand’
  • De NL-Sfb code ’22.0’
  • De NL-Sfb omschrijving ‘binnenwanden; algemeen’
  • Het oppervlak van één verticale zijde, berekend met de buitenmaten van het bouwdeel, waar de eventuele ramen en deuren van afgetrokken worden.

Begane grond vloeren
Alle begane grond vloeren van een gebouw zoals op de brondocumentatie staan aangegeven worden gemodelleerd als een 3D bouwdeel met de bijbehorende, lengte, breedte en dikte. Een begane grond vloer wordt voorzien van de volgende eigenschappen:

  • De naam ‘Vloer’
  • De NL-Sfb code ’23.0’
  • De NL-Sfb omschrijving ‘vloeren; algemeen’
  • Het oppervlak van de bovenzijde, berekend met de hart-op-hart maten van het bouwdeel, waar de trapgaten of andere oppervlakten van afgetrokken worden.

Verdiepingsvloeren
Alle verdiepingsvloeren van een gebouw zoals op de brondocumentatie staan aangegeven worden gemodelleerd als een 3D bouwdeel met de bijbehorende, lengte, breedte en dikte. Een verdiepingsvloer wordt voorzien van de volgende eigenschappen:

  • De naam ‘Verdiepingsvloer’
  • De NL-Sfb code ’23.0’
  • De NL-Sfb omschrijving ‘vloeren; algemeen’
  • Het oppervlak van de bovenzijde, berekend met de hart-op-hart maten van het bouwdeel, waar de trapgaten of andere oppervlakten van afgetrokken worden.

Ramen
Alle ramen van een gebouw zoals op de brondocumentatie staan aangegeven worden gemodelleerd als twee (of meer) 3D bouwdelen, namelijk kozijnen en glas van elkaar gescheiden. 

De omtrek van het totale raam wordt als kozijn gemodelleerd, met de bijbehorende lengte, hoogte en een vaste kozijnmaat van 67 mm bij 114 mm en wordt voorzien van de volgende eigenschappen: 

  • De naam ‘Kozijn 
  • De NL-Sfb code ’31.2of 31.4 voor kozijnen in buitenwanden en32.2 of 32.4 in binnenwanden 
  • De NL-Sfb omschrijving ‘buitenwandopeningen; gevuld met ramen of buitenwandopeningen; gevuld met puien voor kozijnen in buitenwanden en ‘binnenwandopeningen; gevuld met ramen of binnenwandopeningen; gevuld met puien in binnenwanden 
  • Het oppervlak van één verticale zijde, berekend met de buitenmaten van het kozijn, waar het oppervlak van het glas van afgetrokken worden. 

Het resterende oppervlak binnen het kozijn wordt als glas gemodelleerd, met de bijbehorende lengte, hoogte en een vaste dikte van 24 mm en wordt voorzien van de volgende eigenschappen: 

  • De naam ‘Glas 
  • De NL-Sfb code ’31.2’ voor ramen in buitenwanden en ’32.2’ in binnenwanden 
  • De NL-Sfb omschrijving ‘buitenwandopeningen; gevuld met ramen’ voor ramen in buitenwanden en ‘binnenwandopeningen; gevuld met ramen’ in binnenwanden 
  • Het oppervlak van één zijde, berekend met de buitenmaten van het glas. 

De specifieke indeling (stijlen en roedes) van ramen wordt binnen de standaard digitalisatiedienst niet gemodelleerd, maar kan door de klant (of een derde partij) achteraf zelfstandig met een raamconfigurator in Vabi Vastgoeddata worden toegevoegd in de Digital Twin. 

Deuren
Alle deuren van een gebouw zoals op de brondocumentatie staan aangegeven worden gemodelleerd als twee 3D bouwdelen, namelijk het kozijn en de deur van elkaar gescheiden. 

De omtrek van de totale deur inclusief kozijn wordt als kozijn gemodelleerd, met de bijbehorende lengte, hoogte en een vaste kozijnmaat van 67 mm bij 114 mm en wordt voorzien van de volgende eigenschappen: 

  • De naam ‘Kozijn 
  • De NL-Sfb code ’31.3 of 31.4 voor kozijnen in buitenwanden en ’32.3 of 32.4 in binnenwanden 
  • De NL-Sfb omschrijving ‘buitenwandopeningen; gevuld met deuren ramen of buitenwandopeningen; gevuld met puien voor kozijnen in buitenwanden en ‘binnenwandopeningen; gevuld met deuren of binnenwandopeningen; gevuld met puien in binnenwanden 
  • Het oppervlak van één verticale zijde, berekend met de buitenmaten van het kozijn, waar het oppervlak van de deur zelf van afgetrokken wordt. 

Het resterende oppervlak binnen het kozijn wordt als deur gemodelleerd, met de bijbehorende lengte, hoogte en een vaste dikte van 54 mm (buitendeur) en 38 mm (binnendeur) en wordt voorzien van de volgende eigenschappen: 

  • De naam ‘Buitendeur voor deuren in buitenwanden en ’Binnendeur’ in binnenwanden 
  • De NL-Sfb code ’31.3’ voor deuren in buitenwanden en ’32.3’ in binnenwanden 
  • De NL-Sfb omschrijving ‘buitenwandopeningen; gevuld met deuren’ voor kozijnen in buitenwanden en ‘binnenwandopeningen; gevuld met deuren’ in binnenwanden 
  • Het oppervlak van één zijde, berekend met de buitenmaten van de deur zelf. 

Platte daken
Alle platte daken van een gebouw zoals op de brondocumentatie staan aangegeven worden gemodelleerd als een 3D bouwdeel met de bijbehorende, lengte, breedte en dikte. Een plat dak krijgt een standaard opstaande dakrand van 150 mm. Een plat dak wordt voorzien van de volgende eigenschappen: 

  • De naam ‘Plat dak 
  • De NL-Sfb code ’27.0’  
  • De NL-Sfb omschrijving ‘daken; algemeen 
  • Het oppervlak van de bovenzijde, berekend met de buitenmaten van het dak. 

Hellende daken
Alle hellende daken van een gebouw zoals op de brondocumentatie staan aangegeven worden gemodelleerd als 3D bouwdelen met de bijbehorende, lengte, breedte en dikte. Een hellend dak krijgt een standard overstek van 150 mm en wordt voorzien van de volgende eigenschappen: 

  • De naam ‘Hellend dak 
  • De NL-Sfb code ’27.0’  
  • De NL-Sfb omschrijving ‘daken; algemeen 
  • Het oppervlak van de bovenzijde, berekend met de buitenmaten van het dak, waarvan eventuele dakramen, dakkapellen en schoorstenen worden af getrokken. 

Dakramen
Alle dakramen van een gebouw zoals op de brondocumentatie staan aangegeven worden gemodelleerd als twee 3D bouwdelen, namelijk kozijn en glas van elkaar gescheiden. 

De omtrek van het totale dakraam wordt als kozijn gemodelleerd, met de bijbehorende lengte, hoogte en een vaste dikte van 52 mm bij 130 mm en wordt voorzien van de volgende eigenschappen: 

  • De naam Kozijn 
  • De NL-Sfb code ’37.2 
  • De NL-Sfb omschrijving ‘dakopeningen; gevuld’  
  • Het oppervlak van één verticale zijde, berekend met de buitenmaten van het kozijn, waar het oppervlak van het glas van afgetrokken wordt. 

Het resterende oppervlak binnen het kozijn wordt als glas gemodelleerd, met de bijbehorende lengte, hoogte en een vaste dikte van 24 mm en wordt voorzien van de volgende eigenschappen: 

  • De naam ‘Glas 
  • De NL-Sfb code ’37.2 
  • De NL-Sfb omschrijving ‘dakopeningen; gevuld’  
  • Het oppervlak van één zijde, berekend met de buitenmaten van het glas. 

Dakkapellen
Alle dakkapellen van een gebouw zoals op de brondocumentatie staan aangegeven worden gemodelleerd als zes 3D bouwdelen, namelijk plat dak, drie wanden, kozijn en glas van elkaar gescheiden. 

De bovenzijde van het dakkapel wordt als een plat dak gemodelleerd met een standaard dikte van 150 mm en een standaard overstek van 80 mm en wordt voorzien van de volgende eigenschappen: 

  • De naam ‘Plat dak 
  • De NL-Sfb code ’27.0’  
  • De NL-Sfb omschrijving ‘daken; algemeen 
  • Het oppervlak van de bovenzijde, berekend met de buitenmaten van het dak. 

De voor- en zijkanten van het dakkapel worden gemodelleerd als buitenwanden met de bijbehorende, lengte, hoogte en een standaard dikte van 150 mm en voorzien van de volgende eigenschappen: 

  • De naam ‘Buitenwand 
  • De NL-Sfb code ’21.0’  
  • De NL-Sfb omschrijving ‘buitenwanden; algemeen 
  • Het oppervlak van één verticale zijde, berekend met de buitenmaten van het bouwdeel. 

De omtrek van het totale kozijn van de binnenmaten aan voorzijde wordt als kozijn gemodelleerd, met de bijbehorende lengte, hoogte en een vaste kozijnmaat van 67 mm bij 114 mm en wordt voorzien van de volgende eigenschappen: 

  • De naam Kozijn 
  • De NL-Sfb code ’31.2 
  • De NL-Sfb omschrijving ‘buitenwandopeningen; gevuld met ramen’  
  • Het oppervlak van één verticale zijde, berekend met de buitenmaten van het kozijn, waar het oppervlak van het glas van afgetrokken wordt. 

Het resterende oppervlak binnen het kozijn wordt als glas gemodelleerd, met de bijbehorende lengte, hoogte en een vaste dikte van 24 mm en wordt voorzien van de volgende eigenschappen: 

  • De naam ‘Glas 
  • De NL-Sfb code ’31.2 
  • De NL-Sfb omschrijving ‘buitenwandopeningen; gevuld met ramen’  
  • Het oppervlak van één zijde, berekend met de buitenmaten van het glas. 

Schoorstenen
Alle schoorstenen van een gebouw zoals op de brondocumentatie staan aangegeven worden gemodelleerd als vijf 3D bouwdelen, namelijk vier wanden en een schoorsteenplaat. Een schoorsteen wordt voorzien van de volgende eigenschappen: 

De vier wanden van de schoorsteen worden gemodelleerd als buitenwanden met de bijbehorende, lengte, hoogte en een standaard dikte van 100 mm en voorzien van de volgende eigenschappen: 

  • De naam ‘Buitenwand 
  • De NL-Sfb code ’21.0 
  • De NL-Sfb omschrijving ‘buitenwanden; algemeen 
  • Het oppervlak per zijde berekend met de buitenmaten van de schoorsteen. 

De vlakke afwerking bovenop de schoorsteen worden gemodelleerd als plat vlak met de bijbehorende, lengte, breedte en een standaard dikte van 50 mm en voorzien van de volgende eigenschappen: 

  • De naam Schoorsteenplaat 
  • De NL-Sfb code ’47.1’  
  • De NL-Sfb omschrijving ‘dakafwerkingen; afwerkingen 
  • Het oppervlak berekend met de buitenmaten van het platte vlak. 

Dakgoten
Alle dakgoten van een gebouw zoals op de brondocumentatie staan aangegeven worden gemodelleerd als een 3D bouwdelen met de bijbehorende lengte, breedte en een standaard dikte en vorm. Een dakgoot wordt voorzien van de volgende eigenschappen: 

  • De naam ‘Dakgoot 
  • De NL-Sfb code ’52.1’  
  • De NL-Sfb omschrijving ‘afvoeren; regenwater 
  • Het oppervlak van de bovenste horizontale zijde, berekend met de buitenmaten van de dakgoot. 

Kolommen
Alle kolommen van een gebouw zoals op de brondocumentatie staan aangegeven worden gemodelleerd als een 3D bouwdeel met de bijbehorende, lengte, breedte en hoogte. Een kolom wordt voorzien van de volgende eigenschappen:  

  • De naam ‘Kolom 
  • De NL-Sfb code ’28.1’  
  • De NL-Sfb omschrijving ‘hoogdraagconstructief; kolommen en liggers’ 

Trappen
Alle trappen van een gebouw zoals op de brondocumentatie staan aangegeven worden gemodelleerd als een trapgat in de betreffende vloeren en een 3D bouwdeel in een standaard trapvorm met de bijbehorende, lengte, breedte en hoogte. Een trap wordt voorzien van de volgende eigenschappen: 

  • De naam ‘Trap 
  • De NL-Sfb code ’24.1’  
  • De NL-Sfb omschrijving ‘trappen en hellingen; trappen 

Hekwerk
Alle hekwerk (zoals een galerij, vides of balkon) van een gebouw zoals op de brondocumentatie staat aangegeven wordt gemodelleerd als een 3D bouwdeel in een standaard vorm met de bijbehorende, lengte, breedte en hoogte. Een hek wordt voorzien van de volgende eigenschappen: 

  • De naam ‘Hekwerk 
  • De NL-Sfb code ’34.11’ voor binnen en ’34.12’ voor buiten  
  • De NL-Sfb omschrijving ‘balustrades en leuningen; balustrades, binnen balustrades’ voor binnen en ‘balustrades en leuningen; balustrades, buiten balustrades’. 

Warmte-opwekkers (CV-ketel)
Alle warmte-opwekkers (zoals een CV-ketel of warmtepomp) van een gebouw zoals op de brondocumentatie staan aangegeven worden gemodelleerd als een 3D bouwdeel in de vorm van een blok met een standaard lengte, breedte en hoogte. Een warmte-opwekker wordt voorzien van de volgende eigenschappen: 

  • De naam ‘Warmte-opwekker 
  • De NL-Sfb code ’51.0’  
  • De NL-Sfb omschrijving ‘warmte-opwekking; algemeen 

Keukens
Alle keukens van een gebouw zoals op de brondocumentatie staan aangegeven worden gemodelleerd als een 3D bouwdeel met de basis vorm met een lengte, breedte en een standaard hoogte (90cm) van het aanrechtblad. Een keuken wordt voorzien van de volgende eigenschappen: 

  • De naam ‘Keukenblok 
  • De NL-Sfb code ’73.0’  
  • De NL-Sfb omschrijving ‘vaste keukenvoorzieningen; algemeen 

Toiletten
Alle toiletten van een gebouw zoals op de brondocumentatie staan aangegeven worden gemodelleerd als een 3D bouwdeel een standaard vorm toilet. Een toilet wordt voorzien van de volgende eigenschappen: 

  • De naam ‘Toilet 
  • De NL-Sfb code ’74.1’  
  • De NL-Sfb omschrijving ‘vaste sanitaire voorzieningen; standaard 

Wastafels
Alle wastafels van een gebouw zoals op de brondocumentatie staan aangegeven worden gemodelleerd als een 3D bouwdeel een standaard vorm wastafel. Een wastafel wordt voorzien van de volgende eigenschappen: 

  • De naam ‘Wastafel 
  • De NL-Sfb code ’74.1’  
  • De NL-Sfb omschrijving ‘vaste sanitaire voorzieningen; standaard 

Douches
Alle douches van een gebouw zoals op de brondocumentatie staan aangegeven worden gemodelleerd als een 3D bouwdeel een standaard vorm douche. Een douche wordt voorzien van de volgende eigenschappen: 

  • De naam ‘Douche 
  • De NL-Sfb code ’74.1’  
  • De NL-Sfb omschrijving ‘vaste sanitaire voorzieningen; standaard 

Baden
Alle baden van een gebouw zoals op de brondocumentatie staan aangegeven worden gemodelleerd als een 3D bouwdeel een standaard vorm bad. Een bad wordt voorzien van de volgende eigenschappen: 

  • De naam ‘Bad 
  • De NL-Sfb code ’74.1’  
  • De NL-Sfb omschrijving ‘vaste sanitaire voorzieningen; standaard 

Ruimtes
Alle ruimtes van een gebouw zoals op de brondocumentatie staan aangegeven worden gemodelleerd als een 3D ruimte bestaande uit de omhullende bouwdelen (zoals vloeren en wanden) en de volgende eigenschappen: 

  • De naam van de ruimte, zover mogelijk gestandaardiseerd zoals omschreven in onderstaande tabel. 
  • Het type ruimte conform Bouwbesluit, zover mogelijk bepaald aan de hand van de naam van de ruimte, zie onderstaande tabel 
  • De vloer van de ruimte krijgt een kleur afhankelijk van de naam van de ruimte, zie onderstaande tabel 

Eenheden en adressen
Alle eenheden en adressen in het gebouw worden gekoppeld aan de bijbehorende ruimtes, inclusief bergingen indien hiervoor informatie aanwezig is in de brondocumentatie.

Locatie op de kaart
Het gebouw wordt voorzien van GPS coördinaten en rotatie ten opzichte van het noorden, zodat de Digital Twin op de kaart kan worden gevisualiseerd in Vabi Vastgoeddata.

 

De NEN2580 Digital Twin bevat geen (klap open voor meer info):

 

Materialisatie
Materialisatie en constructief (dragend) laten we leeg. Dit is in de meeste gevallen niet te bepalen vanuit bronmateriaal, leveren we niet in onze standaard dienstverlening. Op de roadmap voor 2020 staat wel dat de klant dit zelfstandig (of met een partner) in de software zelf kan toewijzen.
We kiezen bewust om geen materialisatie te gebruiken, aangezien dit tot misinformatie kan leiden. Bijvoorbeeld als er ‘’niet-dragend’ wordt ingevuld terwijl het wel een dragende constructie is, kan verkeerde keuzes bij een renovatie gemaakt worden.